Opgepast taalwissel

In de taal die U kiest, is enkel “Landbouw” ter beschikking. Wanneer U verder wil gaan in de door U gewenste taal komt U automatisch op de bladzijde “Landbouw” terecht. De volledige inhoud kan via onze globale bladzijde in het Duits of Engels opgeroepen worden.

Meer Terug naar de globale pagina

Weideparasieten

Kalkcyanamide tegen weideparasieten
 

Gezonde weiden zijn de grondvoorwaarde voor een goed presterende veestapel. Dikwijls schaden weideparasieten zoals leverbot, maag-, darm- of longwormen de gezondheid van de dieren. Reeds lichte infecties van deze parasieten leiden tot een voelbare vermindering van de prestaties van de dieren. Daarom moeten runderen, schapen en paarden, die in weiden lopen, regelmatig diergeneeskundig ontwormd worden.

Om een snelle herinfectie te vermijden is het bemesten van de weiden met kalkcyanamide een doeltreffende weidehygiënische maatregel die reeds tientallen jaren zijn waarde bewezen heeft. Het tijdens de omzetting gevormde vrije cyanamide doodt de eieren en larven van vele weideparasieten en vernietigt de tussengastheerslak van de leverbot, deze slak is een levensnoodzakelijke tussengastheer zonder dewelke de leverbot zich niet kan ontwikkelen.
 

Ontwikkelingcyclus leverbot

De ontwikkelingscyclus van de leverbot

  1. De eigenlijke parasiet in de lever, de leverbot Fasciola hepatica (1-3 cm groot). Iedere leverbot kan dagelijks tot 6000 eieren leggen.
     
  2. De eieren van de leverbot worden met het mest uitgescheiden.
     
  3. Een enkel leverbotei (met het blote oog niet zichtbaar).
     
  4. Uit het ei ontwikkelt zich een miracidiumlarve.
     
  5. Sterke vermenigvuldiging van de parasiet in de gastheerslak (Limnaea truncatula) (ca. 8 mm groot). Deze levensnoodzakelijke tussengastheer kan met kalkcyanamide bestreden worden.
     
  6. Er ontstaat een vrije larve met staart.
     
  7. Verdere ontwikkeling tot metacercaria.
     
  8. Met leverbotlarven besmet gras, dat door de dieren opgegeten wordt waardoor ze besmet geraken.

De met het voeder opgenomen larven dringen door de darmwand en migreren door de buikwand naar de lever, tot ze in de galgangen uitgroeien tot geslachtsrijpe leverbotten en eieren leggen

 

Ontwikkelingscyclus longworm

De ontwikkelingscyclus van de longworm
 

 

  1. Larven worden met het voeder opgenomen.
     
  2. In het lichaam van het weidedier migreren de larven tot in de longen.
     
  3. In de longen ontwikkelen zich geslachtsrijpe wormen die zich vermenigvuldigen.
     
  4. De jonge larven worden uitgehoest en terug opgeslokt.
     
  5. De zo in het verteringsstelsel terechtgekomen larven worden met het mest terug uitgescheiden.
     
  6. De uitgescheiden larven doorlopen de larvenstadia (L.I, L.II, L.III) en blijven in de bodem tot één jaar besmettingskrachtig.

 

O-cyclus maag-darmparasieten

Ontwikkelingscyclus maag-darmparasieten

 

1. Larven van de parasieten worden met het voeder opgenomen.

2. Ca. 3-4 weken na de infectie ontwikkelen zich in het spijsverteringsstelsel geslachtsrijpe wormen.

3. De eieren van de parasieten worden met het mest uitgescheiden.

4. Het wormbroedsel ontwikkelt zich in de bodem over drie larvenstadia (L.I, L.II, L.III)

De larven blijven tot één jaar besmettelijk. Ingeval er niets tegen de parasieten ondernomen wordt, komt het tot een vermeerdering van het broedsel in de bodem en hierdoor tot een stijgend besmettingsgevaar voor de weidedieren